Sensorische integratie

 

Wat is sensorische integratie (SI)? 


Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen.

Deze waarneming is voor ons aanleiding om iets te doen of juist niet te doen. Bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen.


De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarvan het gevolg is, wordt sensomotorische integratie (SI) genoemd. Kinderen maken hier bijvoorbeeld gebruik van bij het spelen.


Bij SI, neemt het voelen, bewogen worden en het voelen van houdingen en bewegingen, een belangrijke plaats in.

Het belang dat aan een goed gebruik van deze zintuigen wordt gehecht voor de ontwikkeling van een kind, is terug te voeren op de rol die zij spelen bij het handhaven van evenwicht en stabiliteit.

Het handhaven daarvan heeft altijd voorrang boven het uitvoeren van andere activiteiten.


De verschillende manieren van voelen werken hierbij nauw samen, maar hebben in dit proces een andere functie.


  1. Het voelen van een aanraking of het tastgevoel. 

Dit gevoel wordt ook wel tactiele informatie genoemd.


Het tastzintuig bevindt zich vooral in onze huid. Hierdoor kunnen we voelen wanneer we aangeraakt worden en voelen of iets warm of koud is en hard of zacht. Ook of het prettig is om door iemand te worden aangeraakt, maar ook of de grond stevig genoeg is om op te staan.


  1. Het voelen van een beweging of het evenwicht. 

Dit gevoel wordt ook wel vestibulaire informatie genoemd.


De informatie van het evenwichtsorgaan noemen we het evenwichtsgevoel. Dit orgaan informeert ons over de stand en de bewegingen van het hoofd.

Het evenwichtsorgaan waarschuwt als we dreigen te vallen. Bijvoorbeeld bij het struikelen over een losse stoeptegel.


  1. Het houdings- en bewegingsgevoel.

Dit gevoel wordt ook wel proprioceptieve informatie genoemd.


Deze informatie is afkomstig uit zintuigcellen in onze spieren en gewrichten. Hierdoor krijgen we vooral informatie over de houding van ons lichaam en de manier waarop wij zelf bewegen.


Wat doet sensomotorische integratie?


SI speelt een belangrijke rol bij het waarschuwen voor gevaar, het richten van de aandacht en het opnemen van informatie.

Er zijn verschillende manieren waarop we op zintuiginformatie kunnen reageren.


  1. Een zintuig geeft een signaal, waardoor we onze aandacht op die zintuigprikkel richten. Hierdoor merken we de prikkel op en kunnen erop reageren. Op deze manier richten we onze aandacht ergens op, doen we informatie op en leren we dingen.


  1. Een zintuig geeft een sterker signaal dan een ander zintuig, omdat die ene zintuigprikkel een groter gevaar inhoudt. Een brandlucht bijv. waarschuwt ons op een andere manier dan de geur van vers gezette koffie. Als een zintuigprikkel ons waarschuwt voor gevaar dan komen we in actie om ons in veiligheid te brengen. Onze aandacht is helemaal op het gevaar gericht en het opnemen van informatie is dan niet meer aan de orde.


  1. Een zintuig kan ook een heel zwak signaal geven, we richten onze aandacht dan niet op de prikkel en merken die helemaal niet op en gaat langs ons heen. We nemen dan ook geen informatie op van die zintuigprikkel.


Bij iedere zintuigprikkel kiezen we op welke manier we reageren. Gelukkig gebeurt dit meestal onbewust en hoeven we er niet over na te denken.



Problemen met sensomotorische integratie?


Bij problemen met de SI is het signaal van het tast- en evenwichtsgevoel te sterk of te zwak. Hierdoor reageren we alsof we in gevaar verkeren, terwijl dat niet zo is, of we geven deze zintuigprikkels te weinig aandacht, terwijl dat wel zou moeten.

Hierdoor gebruiken we de informatie uit onze spieren en gewrichten te weinig en ontstaan problemen met de concentratie en het leren van dingen


Voorbeelden van een verstoorde prikkelverwerking


  1. Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar, ook wel tactiele overgevoeligheid genoemd. 


Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: hun zintuigprikkels reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Daarnaast zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten, hun kleren, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Ze staan ook kritisch tegenover het speelgoed waarmee ze spelen.

Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.


  1. Het tastgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. Dit wordt ook wel tactiele ondergevoeligheid genoemd. 


Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Hierdoor ‘bestuurt’ zo’n kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Zulke kinderen spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.


  1. Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar. Dit wordt ook wel vestibulaire overgevoeligheid genoemd.


Een dergelijk kind is heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn zintuigprikkels reageren bij de geringste beweging of verandering van houding.



Sensomotorische integratie en behandeldoelstellingen binnen de PMT


Kinderen met een sensomotorische integratiestoornis komen niet of in mindere mate toe:


  1.   aan het aanvaarden van het eigen lichaam

  2.   ontwikkelen van plezier in het bewegen

  3.   het ontwikkelen van een realistische motorische competentiebeleving.


Er bestaat de mogelijkheid dat deze kinderen door deze achterstand niet toekomen aan het ontwikkelen van de competenties die behoren bij de ontwikkelingstaken zoals:


  1.   verbeteren van zelfcontrole

  2.   stimuleren van zelfvertrouwen en expressiviteit

  3.   ontwikkelen van samenspel en interactievaardigheden.



Plan van aanpak om een beeld te vormen


Na de intake volgen er:

  1. een 3-tal video observaties. 

  2. er wordt gevraagd om vragenlijsten in te vullen.

  3. de videobeelden worden geanalyseerd

  4. er volgt een overleg om tot verdere beeldvorming te komen.


Als er een probleem wordt vastgesteld maken we een behandelplan en een “Sensorisch Dieet” .

Een “Sensorisch dieet”  bestaat uit een aantal handvatten/oefeningen om het probleem te verminderen.

Eventueel volgen er een aantal behandelingen of er komt een advies aan ouders en/of leerkrachten om handvatten uit het “Sensorisch Dieet” toe te passen.